Handboogvereniging Staddijk

 

handboog

Bron Handboogvereniging Staddijk

In sportpark Staddijk vind je de sportieve opvolgers van Robin Hood. Het beoefenen van deze bekwaamheid gaat ver terug in de historie. Toen was het vooral een krijgszuchtige aangelegenheid en voor de jacht.
De Romeinen verstonden deze kunst al.Beweerd wordt dat de oorsprong ligt in het tegenwoordige Turkije.

We knoopten met medewerking van Rob de Ruiter een gesprek aan met Pierre Keisers, voorzitter, acht jaar lid, en Tom Bogaert, secretaris en 28 jaar lid. Op 18 februari 1981 is men officieel gestart.De handboogbaan werd twee jaar eerder gerealiseerd.

In het begin was er enkel een klein overdekt buitenplaatsje met toilet. In 1990 werd het huidige clubhuis gebouwd met daarin een binnenbaan. Veel hebben de leden zelf gedaan. Ook nu hebben de leden verschillende taken om de accommodatie te runnen en te onderhouden.
De gemeente, eigenaar van de Staddijk, gaf een bijdrage voor de realisatie van het clubhuis en zorgt voor het grasmaaien, het buitenschilderwerk en het dak.

Gestart is met vijf leden, in 1981 uitgegroeid tot twintig. Nu zijn er veertig leden, onder hen vijf dames. Ook rolstoelers kunnen lid zijn. De jongste telg is 14, de oudste 75. De vereniging is aangesloten bij de Nederlandse Handboog Bond met 260 organisaties. Deze brengt het tweemaandelijks magazine Handboogsport uit, dat de leden ontvangen.

Nederland neemt deel aan internationale toernooien en aan plaatsing voor de paralympics.

HBV Staddijk

De handboogbaan aan Staddijk Foto: Theo Vermeer

Materiaal

De handboog ziet er indrukwekkend uit. Wanneer je bedenkt dat gemikt wordt op een doel, gelegen vijfentwintig,dertig, vijftig, zeventig of negentig meter ver, dan besef je dat de boog en pijl aan hoge eisen moeten voldoen. Vertreksnelheden van de pijl van driehonderd tot vierhonderd kilometer per uur tot tweehonderd kilometer bij het doel worden gehaald. Voor de mikzuiverheid is het vizier, waarmee je de boog die de pijl maakt, berekent. Windsnelheid, lichtinval, vochtigheid en temperatuur zijn van invloed. Daarbij ga je op je gevoel en ervaring af.
Het hele jaar door wordt getraind, behalve in de grote vakantie.

Aan het geluid van de zoevende pijl kan de ervaren boogschutter horen, hoe dicht de pijl bij de roos komt.

Veiligheid staat voorop. Gezien de spankracht van de pees kun je een grote peesterugslag op je arm krijgen en een blessure oplopen. Een beschermmiddel om je arm helpt daartegen. Bij wedstrijden zijn er een sporttenue en arbitrage. Er zijn speciale schietbrillen. Op de baan wordt gewerkt met een rode vlag. Als deze weg is, ten teken dat er niemand meerop de baan is, mag je schieten. Het zou anders een dodelijk wapen kunnen zijn.

Voor de pijlen van carbon en aluminium draag je een pijlenhouder.

De handboog zelf is een verfijnd stuk techniek. En niet bij de eerste de beste sportzaak te koop. Beginners bij de vereniging wordt aangeraden met een tweedehands boog te starten, vanwege de nieuwprijs en of je wel interesse blijft houden. Er zijn globaal gesproken twee soorten bogen. De trekkracht van beide verschillen. Je hebt de lange recurveboog en de compoundboog, die korter is.
Het grote middenstuk van de boog (vroeger van hout) is tegenwoordig CNC gefreesd uit een massieve aluminium legering. De buitenkant,de korte stukken boven en onder – de werparmen – bestaan uit een carbonlaag met een hardschuim vulling. De wielen van een compoundboog zijn van aluminium. De pees is van kunstvezel. Verder zitten er op de boog vizier en stabilisatoren. Op de handboogbaan staan doelpakken met geperst stro, waarop gemikt wordt. De schietschijf heet het blazoen.

De Dukenburger 2e jaargang april 2009
Theo Vermeer