Du(c)kenburger

Een overlevende uit de voortijd

Bovenstaande titel is, hoewel niet geheel origineel, zeer wel van toepassing op het gesprek dat we mochten hebben met de heer Derksen (76). Dukenburgs verleden omspant immers meer dan de 5 jaren die door de manifestatie D5 worden gemijlpaald. Toen echter de eeuwenoude rust op het landgoed Dukenburg 5 jaren geleden verstoord werd door een, nog steeds aangroeiende, invasie van nieuwe bewoners kon men zeggen dat Dukenburg een geheel nieuw tijdperk was ingegaan. Onze gesprekspartner die al vanaf 1918 op Dukenburg woont en een halve eeuw van die rust heeft genoten heeft de overgang naar een nieuw tijdperk vol van ander leven op zulk een wijze doorstaan dat hij daaraan volop is gaan deelnemen. Hij heeft terecht de voortijd van het nieuwe Dukenburg overleeft en is springlevend.
De heer Derksen is voorzitter van de bejaardenbond afd. Dukenburg. 5 Jaar geleden stand hij aan de wieg van deze afd. welke op 14 sept. a.s. op feestelijke wijze haar eerste lustrum gaat vieren. Begonnen met 40 leden, telt de afdeling er nu 300.
“Mager maar gezond”, zegt de heer Derksen als ik hem vraag hoe hij het maakt. “Nou dat gezond” geloof ik wel, maar dat “mager” is toch een tikkeltje overdreven”, geef ik hem terug.
Tot 1930, vertelt Derksen, ben ik in dienst geweest van de laatste bewoner van Huize Dukenburg, Jhr. Rutgers van Rosenburg. Daarna ben ik de bouwvakken ingegaan. Als georganiseerde bouwvakker heb ik mijn 40-jarig jubileum gevierd bij de bouwvakkersbond St. Jozef.

Jammer
Wanneer het precies geweest is dat hij voor het eerst hoorde dat er in Dukenburg gebouwd zou worden? Dat zal wel zo tussen 1960-1965 zijn geweest. In ieder geval vonden we het jammer, jammer van de rust en de stilte, de mooie natuur. Er was hier veel hout, veel wild: fazanten, hazen, visotters. Er was hier wat we noemden “de Singel”, maar die is er nog wel: die bomenrij bij de kerk. Over namen gesproken: ongeveer op de plaats waar het grote Wijkgebouw komt heette het: de Melkhorst (misschien een tip voor de benaming van dit gebouw?). Dan had je nog de “paardenwei”, dat stuk grond waarin de fundamenten van het kasteel gevonden zijn.

Heimwee?
Op de vraag of hij nog wel eens met heimwee aan het vroegere Dukenburg terugdenkt aarzelt de heer Derksen: het is ja en nee, maar toch eigenlijk wel “ja”, maar de aarzeling blijft merkbaar. Wanneer ik dan opmerk dat ik, gezien zijn aktiviteiten vooral in verband met de bejaardenbond, de indruk heb: “dat u hebt zitten springen om wat meer mensen om u heen”, dan breekt het los en wordt zijn aarzelen tussen “ja” en “nee” begrijpelijk. Voor het hebben van heimwee heeft de heer Derksen weinig tijd over, hoewel hij van het verleden houdt, hij is er niet in blijven steken.
Zodra hier de noodkerk draaide, en zolang ze in gebruik is geweest was hij koster in de door-de-weekse diensten, hij deed dit graag en haast met enige spijt zegt hij: dat hoeft niet meer sinds de nieuwe kerk er is. Ja, dat ik voorzitter ben van de bejaardenbond komt gewoon omdat er geen ander is die dat wil zijn. Vanuit het secretarisschap is het voorzitterschap gegroeid. Ik heb nog wel eens gedacht: er komen zoveel mensen in Dukenburg wonen en daar zullen er toch wel bijzijn die beter bespraakt zijn dan ik, er wonen hier toch zoveel academic, daar zal er toch wel een eentje tussen zijn die dit baantje kan overnemen? Maar niks hoor, niemand stelt zich daarvoor beschikbaar. Ik blijf bereid om direct deze functie over te geven aan iemand die beter bespraakt is en meer en beter de weg weet. Maar iets van vergaderen en organiseren weet hij wel af. Van het bijwonen van de vergaderingen van de bouwvakarbeidersbond trekt hij nu profijt. Toch heeft de heer Derksen geen ongesneden tongriem. In de tijd dat hier voor de nieuwe bewoners van Dukenburg nog van alles ontbrak heeft hij eens op een wijkvergadering aan het adres van de Nijmeegse vroede vaderen gezegd: De gemeente is als een boer die 10 koeien op de markt kocht maar toen hij er mee thuiskwam was er nog geen stal.

Liefste wens
Vragend naar zijn liefste wens: Ik hoop dat ze ons hier (oude Dukenburgseweg 30) laten zitten. Ze hebben me gezegd dat we daar niet bang voor hoeven te zijn want dit stuk is voor recreatie bestemd. We zitten hier goed, ook al hebben we nog geen aansluiting op gas- en waterleiding.
In de loop van dit gesprek bleek de heer Derksen herhaaldelijk bezorgd dat hij teveel als oudste bewoner van Dukenburg zou doorkomen, er zijn er die langer dan ik hier wonen, mijn vrouw is er geboren en getogen en zo zijn er meer. Gevraagd hebben we ook naar een fot voor bij dit stukje, maar dit vond de heer Derksen volkomen onnodig.

Onze wens
Wij hopen dat de familie Derksen nog lang iets van het oude Dukenburg rondom hun huis mag blijven behouden, straks ook met een aansluiting op gas- en waterleiding.

Dukenburgs Nieuws 1972- nr. 16 p 17/18
Auteur onbekend

Voor alle overige herinneringen klik HIER