Dukenburgs Groen

Groen en water:

In een rapport over het watervrij maken en houden van de terreinen op de Duckenburg en omgeving adviseert Hasselt en de Koning in januari 1960 dat er normale bebouwing mogelijk is zonder bemaling en aanvoer van specie elders, door ruime, diepe watergangen te graven en de vrijgekomen grond te gebruiken voor ophoging van de te lage delen. Dit kost ƒ 4.500 per ha extra.

Dukenburg dateert uit de jaren ‘60 en’ 70, met stedenbouwkundige kenmerken van die tijd en

Het ‘60 en ’70 jaren groen ontwerp is naar het idee van de Engelse New Towns, waarin ‘tuinstad’ en ‘functionalisme’ worden gecombineerd. Tuinsteden zijn zelfstandige, groene satellietwijken op enige afstand van het stadscentrum.  Functionalisme is een sterke scheiding van wonen, werken en recreatie. Dukenburg bezit binnen Nijmegen per inwoner het meeste oppervlak groen, vooral bestaand uit inheemse, snelgroeiende soorten en restanten van historisch bosjes en lanen. Dit geeft  Dukenburg zijn bijzondere  aanzien en woonklimaat.

Oude verbindingswegen
Het nieuwe stadsdeel ligt op de plek van het oude landgoed Duckenburg waar midden op het landgoed de burcht welke in 1585 door Spaanse troepen in brand werd gestoken. Door het landgoed liepen verschillende verbindingswegen. Het Geologenlaantje met honderd jaar oude eiken, verbond het landgoed met de Teersdijk richting Grave. Met haar zo’n honderd jaar oude eiken is het een laan met geschiedenis. Zo ook de Oude Dukenburgseweg, het Valckenaerpad, Duckenburgpad, Orangeriepad bij Landhuis de Duckenburg. Het  Zegerspad, naar bewoners van vroegere boerderij genoemd. Het Snouckaert van Schauburgpad en Schlingemannpad, vernoemd naar de adel, zijn oude landgoedwegen.

Kasteel Dukenburg bestond al in 1379 en de oorspronkelijke indeling van het Dukenburgs groen was toen nog verdeeld in agrarische landerijen, hakhout en bospercelen. Dit is nog terug te vinden in de historische lanen van het kasteel, restant van het sterrenbos rond Huize Duckenburg, een deel van het loofbomen bos in Lankforst en het Douglasbosje in Tolhuis. Van de groots bedoelde barokke  tuinen bij de Orangerie op het landgoed aangelegd in …. Door Willem van Schuilenburg rest nog het Grand Canal tussen Meijhorst en Tolhuis.

Tijdens de Franse bezetting (1672-1674) moet ook de eigenaar van de Dukenburg bijdragen in de zware lasten, die de ingezetenen van de stad opgelegd krijgen. Hendrik Valckenaer mag zijn aandeel in plaats van in geld te voldoen betalen in hout, gehakt in de bossen, die het slot omgaven; bovendien wordt hem in 1673 een ordonnantie afgegeven van 109 gulden en 6 stuivers, voor geleverd hout. Het bestuur van de stad moet namelijk zorgen voor de verwarming van de woningen en lokalen, die door de veroveraars zijn ingenomen. De Dukenburg is het laatste hoofdkwartier van de Fransen, als zij op 13 April 1674 uit Nijmegen wegtrekken.

Geologenstrook
De Geologenstrook, gelegen aan de rand van Zwanenveld, naast de Van Schuylenburgweg heeft een bijzondere naam. De ondergrond van dit park stamt namelijk uit de ijstijd, daar is een unieke strook van behouden gebleven en blootgelegd.

De naam Geologenstrook heeft te maken met het ontstaan van het park. Bij de bouw van de wijk Zwanenveld, tussen 1973 en 1979, hebben geologen van de universiteit van Nijmegen met succes bij de gemeente aangedrongen op behoud van deze unieke strook. De ondergrond van dit park is namelijk gevormd in de voorlaatste ijstijd, nu zo’n 130.000 jaar geleden en de rivier die daarna in vele geulen door dit gebied stroomde. De bijzondere samenstelling van de ondergrond vormt een kostbaar bodemarchief van 100.000 jaar bosvorming. De oude grondlagen uit de ijstijd zijn blootgelegd in de hoop dat er verschillende begroeiing ontstaat, die iets van de ontstaansgeschiedenis laat zien.

Als we naar de ondergrond van dit park kijken, gaan we terug in de tijd. En wel naar de voorlaatste ijstijd, die nu zo’n 130.000 jaar geleden is afgelopen. Het ijs vanuit Scandinavië kwam in ons land tot stilstand op de lijn Nijmegen-Haarlem. Het ijs stuwde de grond voor zich op tot heuvels: zo ontstond de stuwwal aan de oostkant van Nijmegen. Toen aan het einde van de ijstijd het ijs smolt, ontstond er achter de stuwwal een groot meer van smeltwater. De stuwwal werd door het smeltwater voor een deel afgespoeld. Zand werd richting het westen meegevoerd (spoelzanden) tot waar nu Zwanenveld ligt.

Om de stuwwal stroomden vroeger de Maas en de Rijn. De rivieren moesten veel smeltwater verwerken en veranderden daarom veel van plaats. Het vlechtend rivierensysteem onder Dukenburg is daarvan het resultaat. Met het verdwijnen van het smeltwater slibde het rivierensysteem dicht door plantengroei (het vervenen). Overstromingen van de Maas legden een laagje klei over de verveende riviertjes. Deze klei werd later dankbaar gebruikt als landbouwgrond.

Het ontstaan van park De Geologenstrook
Dukenburg is in de jaren zestig van de vorige eeuw gebouwd. Het stadsdeel is vernoemd naar het oude landgoed dat er al sinds de veertiende eeuw ligt. Toen de plannen voor de bouw van Dukenburg bekend werden, kwam er verzet uit academische hoek. De heer D. Teunissen schrijft in 1966 over het gebied in en rond landgoed de Duckenburg dat uniek is voor de verre omgeving. Het ligt op een oud vlechtend rivierensysteem dat is verveend. ‘Als zodanig is dit landgoed een natuurmonument van de eerste orde’. Teunissen onderzocht met zijn studenten de samenstelling van het stuifmeel in het veen. Daaraan kun je veel zien over de planten- en bomengroei in de tijd dat het rivierensysteem hier nog actief was. ‘ Als de venen van de Duckenburg verloren gaan, betekent dit het einde van het laatste ongestoorde en volledige, natuurlijke bosarchief in de verre omgeving van Nijmegen’ zo schrijft Teunissen in zijn artikel.

Teunissen zag in dat de bouwplannen niet voor hem zouden wijken. Hij riep daarom de gemeente op om een stuk van het vlechtend rivierensysteem te behouden. Hij had daarvoor al een strook op het oog: de oude middeleeuwse wetering en de ernaast liggende veengeul waren te gevaarlijk om op te bouwen; de verzakkingen zouden te erg zijn. Van dat stukje grond tussen de Teersdijk en Huize de Duckenburg zou Teunissen graag een parkje maken. Hij en zijn studenten zouden daar dan nog terecht kunnen voor hun onderzoeken.

Stadspark Staddijk, aangelegd als sport, recreatie en natuurlijk park in 1976. Een bijzondere combinatie waar door de ondergrond bijzondere planten als orchideeën en vetblad voorkomen.

Bomenpark Meijhorst is ontstaan op een voormalig weiland naast de boerderij van de fam. Zegers toen een hoeveelheid bomen hier een plaatst kreeg als depot en uitprobeersel van soorten welke op de Dukenburgse klei zouden gedijen.

Stadspark Staddijk

–  Het Stadspark Staddijk is ca. 80 ha. groot en eigendom van de gem. Nijmegen, belangrijk door zijn natuurwaarde, vormt de verbinding met natuurgebieden buiten het stedelijke gebied (ecologische verbindingszone) en grenst aan de ecologische hoofdstructuur.
–  Het is in 1997 uitgeroepen tot paddenstoelen reservaat, zo’n 580 soorten zijn geïnventariseerd waarvan 100 soorten zeldzaam tot zeer zeldzaam! en is orchideeënreservaat.
–  Groot aantal soorten libellen(12) waaronder de Glassnijder
–  Sinds eind 80e jaren naast sport ook natuurontwikkeling grote aandacht.
–  Moest recreatiedruk op Overasseltse Vennen doen afnemen.
–  Vogels hebben rustgebied op “Vogeleiland”, dit bos dateert al van vóór de aanleg van park.
–  Terrein was tot 1925 onderdeel van Teersche Sluispolder, gebied van Vossendijk(Hatert), de Overasseltse     vennen, dorp Heumen en de weg van Nijmegen naar Grave!
–  Niet enkel in Staddijk, maar ook in park Lindenholt hebben de paden de namen van wielrenners gekregen.

Kasteel Dukenburg
Kasteel Dukenburg bestond al in 1379 en de oorspronkelijke indeling van het Dukenburgs groen was toen nog verdeeld in agrarische landerijen, hakhout en bospercelen. Dit is nog terug te vinden in de historische lanen van het kasteel, restant van het sterrenbos rond Huize Duckenburg, een deel van het loofbomen bos in Lankforst en het Douglasbosje in Tolhuis. Van de groots bedoelde barokke  tuinen bij de Orangerie op het landgoed aangelegd door Willem van Schuilenburg rest nog het Grand Canal tussen Meijhorst en Tolhuis.

 

 

Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies' om u de beste surfervaring te geven. Als u doorgaat met uw bezoek op deze website zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen. Wij gebruiken cookies voor het kunnen tonen van sommige content en om de bezoekersstatistieken bij te houden.

Sluiten