Duckenburg toen…

INHOUDSOPGAVE:

Préhistorie (tot 50 voor chr.)
Romeinse tijd (50 voor chr. – 500)
Middeleeuwen (500 – 1428)
Bourgondisch-Habsburgse tijd (1428-1568)
Tachtigjarige Oorlog  (1568 – 1648)
Republiek (1648 – 1794)
Bataafse en Franse tijd (1794-1814)
Negentiende eeuw (1814 – 1914)
Eerste Wereldoorlog en Interbellum (1914-1940)
Tweede Wereldoorlog en Wederopbouw (1940 – 1960)

 

Préhistorie (tot 50 voor chr.)

Tijdens de een-na-laatste ijstijd, nu zo’n 130.000 jaar geleden, kwamen de gletsjers tot aan Nijmegen. Tijdens hun lange reis vanuit het noorden stuwden ze, door de enorme krachten die er met een gletsjer gepaard gaan, de grond voor zich op. Met hun krachten hebben de gletsjers er voor gezorgd dat het landschap van Noord-Europa er na de ijstijd heel anders uitzag dan daarvoor.

poolwoestijn

Zo zag Nederland er zo’n 21000 jaar geleden uit tijdens het koudste deel van de laatste ijstijd. Een grimmig beeld. Maar dit gold alleen voor de meest extreme kou. Er waren ook warmere perioden met een uitbundig bloeiende steppe-tundra en kuddes mammoeten, en zelfs bossen.

De grond die de gletsjers voor zich uit duwden, stuwt op tot heuvels. Vandaar de naam stuwwal voor zo’n heuvel die zich rondom de gletsjer vormde. Toen aan het einde van de ijstijd het ijs smolt, ontstond er achter de stuwwal een groot meer van smeltwater. Dit water stroomde over de stuwwal heen en brak er op sommige plaatsen zelfs doorheen. Door het water sleet de stuwwal af en het zand werd door het smeltwater meegenomen. De stuwwal ten oosten van Nijmegen werd door het smeltwater afgebroken en zand werd richting het westen meegevoerd tot waar nu Zwanenveld ligt.

Na het verdwijnen van de gletsjers kwamen de rivieren weer terug. De resten van de stuwwal bij Nijmegen en in het hele gebied ten noorden en oosten ervan belemmerden de loop van de rivieren. De Waal zocht de weg van de minste weerstand en splitste zich in een heleboel kleine riviertjes die door het gebied meanderden.(= slingerden)

Waar nu Dukenburg ligt, waren honderdduizend jaar geleden allemaal kleine riviertjes. Met het verdwijnen van het smeltwater van de laatste gletsjers uit de bergen kregen die riviertjes in de loop van de tijd steeds minder water. Ze slibben dicht door plantengroei en vervenen. Overstromingen van de Maas legden een laagje klei over de verveende riviertjes. Deze klei werd later dankbaar gebruikt als landbouwgrond.

Romeinse tijd (50 voor chr. – 500)

Over de Romeinse tijd in Dukenburg is weinig bekend. Archeologen namen eerder aan dat het tracé van de Teersdijk door Dukenburg en het buitengebied van Alverna al in de Romeinse tijd dé weg van Nijmegen naar Wijchen was. Een bij onderzoek aangetroffen grindpakket onder de Teersdijk bleek echter geen Romeins wegfundament, zoals aanvankelijk aangenomen, maar een natuurlijke grindlaag te zijn. (Bron: de Gelderlander 27.04.2006)

Landgoed Dukenburg anno 1757Naamgeving van Dukenburg

Dukenburg dankt zijn naam aan het landgoed De Duckenburg dat hier vanaf de 14de eeuw heeft gelegen. Oude naamvormen zijn Duckenbourg, Duckenburg en Dukkenburg. De Franse historicus Jacques-Auguste de Thou gebruikte in 1604 in Historiae sui temporis de Latijnse naam Dukenborgum. De Nijmeegse dichter Hans Kasper Arkstee beschreef het in Nijmegen, de oude hoofdstad der Batavieren: in dichtmaat beschreven (1733) als “een plaats (…) wier schoonheên hart en oog ontvonken“.

Het landgoed Duckenburg, dat op zijn hoogtepunt enige honderden hectares groot was, grensde aan het landgoed Hulsen in het vroegere dorp Hatert, thans ook een Nijmeegse wijk. In 1927 kwam het Maas-Waalkanaal, dat de rivieren de Waal en de Maas verbindt, gereed en kwam het landgoed Duckenburg aan de westzijde van dit kanaal te liggen.

Middeleeuwen (500 – 1428)

In de Middeleeuwen bestaan er 2 landgoederen: “Duckenborg en Hulzene”, die reeds in de vroege Middeleeuwen aan de heren van Duckenburg en Hulzen in erfleen worden gegeven. Dit gebeurt zeer waarschijnlijk door de Duitse keizer, omdat er in Düsseldorf nog stukken van bestaan.

Kasteel Dukenburg bestond al in 1379, toen in een charter (=oorkonde) sprake was van een ridder Lambert Zebars gehuwd met vrouwe Johanna van Duyckenborch. De burcht, leenroerig aan het huis Batenburg, werd in de loop van de eeuwen veelvuldig wegens zijn ligging en ruimte graag door belegeraars van de stad als hoofdkwartier gebruikt. Udo de Boese, burggraaf van Nijmegen van 1397-1405 is de oudst bekende leenman van Dukenburg. Het landgoed is daarna in bezit geweest van Herman van Sandwyck.

De Heer van Duckenburg bezit een landgoed ter grootte van 225 ha, grotendeels bestaande uit bossen, moerassen en weilanden. Hij bewoont het kasteel Duckenburg, een adellijk slot.De burcht heeft toen de vorm van een gelijkzijdig vierkant van muren en grachten, waarvan tenminste de zijde van de ingang door ronde torens geflankeerd wordt. Het oudste stenen gebouw, waarvan de bovenverdieping door een traptorentje betreden kan worden, staat op de binnenplaats aan de zijde tegenover de ingang. De burcht wordt wegens zijn ligging en ruimte, graag door belegeraars van de stad als hoofdkwartier gebruikt

Bourgondisch-Habsburgse tijd (1428-1568)

Bij het beleg van Nijmegen door Karel de Stoute, in 1473, heeft deze een tijd op het kasteel doorgebracht, terwijl zijn troepen in de buurt hun tenten opsloegen. De volgende bezetter van het kasteel was hertog Johan van Kleve in 1479. In de 15e eeuw is Johan van Boedberch of Boetberge heer van de Dukenburg. Het bezit blijft in de familie en in 1538 is joncker Johan Boedberch, zoon of kleinzoon van bovengenoemden Johan, heer van den Dukenburg. Hij was schepen, burgemeester en werd in 1566 aangesteld tot richter te Nijmegen. Hij bekleedde dit ambt tot zijn overlijden in 1576.

Tachtigjarige Oorlog  (1568 – 1648)

Hij liet waarschijnlijk geen zonen na, want in 1576 verkreeg zijn dochter Margaretha van Boetbergh het leengoed den Duykenburch, gelegen in het schependom van Nijmegen. Zij was gehuwd met Hendrik Valckener, maar in 1579 reeds weduwe. Dit blijkt uit een akte in het Nijmeegse schepenprotocol van dat jaar, waarbij zij Willem van Doornik, schepen, later burgemeester van Nijmegen, machtigt om “voor den hove van Gelderland den Duckenborch tho ontfangen en tho verhergewaeden, doende den eedt van getrouwheid”.

Willem van Doornik, gehuwd met Margaretha’s zuster Elisabeth, en zwager van de vrouwe van den Dukenburg, treedt op 29 Augustus 1582 op voor de belangen van “Joffer Valckener” in de raad van Nijmegen, bij het behandelen van het voorstel om het huis den Dukenborch in brand te laten steken omdat men vreest dat de Spanjaarden het in bezit zouden nemen. De toren wordt afgebroken en vervangen door een eenvoudig portaal. Drie jaar later nemen de Spanjaarden inderdaad bezit van het kasteel. In 1585 bezet de Spaanse bevelhebber Claude van Barlaimont het kasteel.

Republiek (1648 – 1794)

Eigenaren van De Duckenburg
1397 -1405 Udo de Boese, burggraaf van Nijmegen is de oudst bekende leenman van  Dukenburg. Daarna moet het landgoed in bezit geweest zijn van Herman van Sandwyck.
???? – 1576 Het geslacht van Boedtbergen
1576 – 1597 Het geslacht Valckenaer
1597 – 1688 Eigenaar onbekend
1688 – 1736 Willem van Schuylenburg en daarna zijn zoon Adriaan
1736 – 1767 Willem Arend de Quay
1767 – 1798 Willem Carel Snouckaert van Schauburg
1798 – 1816 Hendrik Reinier Cole
19e eeuw Johannes van Roggen (1860 – 1934),
1915 – 1929 Jonkheer Anne Elise Willem Rutgers van Rozenburg (1861-1929)
1929 – 1970 Gemeente Nijmegen
1970 –Particuliere belegger

De Dukenburg is in deze periode in het bezit van de familie Valckenaer. In de raadsignaten van 1639 en 1661 wordt Hendrick Valckenaer, vermoedelijk een zoon van Margaretha van Boetbergh, genoemd als heer van Dukenburg.  Tijdens de Franse bezetting (1672-1674) moet ook de eigenaar van de Dukenburg bijdragen in de zware lasten, die de ingezetenen van de stad opgelegd krijgen. Hendrik Valckenaar mag zijn aandeel in plaats van in geld te voldoen betalen in hout, gehakt in de bossen, die het slot omgaven; bovendien wordt hem in 1673 een ordonnantie afgegeven van 109 gulden en 6 stuivers, voor geleverd hout. Het bestuur van de stad moet namelijk zorgen voor de verwarming van de woningen en lokalen, die door de veroveraars zijn ingenomen. De Dukenburg is het laatste hoofdkwartier van de Fransen, als zij op 13 April 1674 uit Nijmegen wegtrekken.

Pronk 1745 pentekening van kasteel Dukenburg

Een pentekening uit 1745 (Pronk)

In 1688 komt Dukenburg, door koop of vererving, in het bezit van Willem van Schuylenburg. Hij was gehuwd met Anthonetta van der Wielen. In 1690 wordt de huidige Oude Dukenburgseweg aangelegd als oprijlaan voor buitenhuis Duckenburg.

Zijn zoon Adriaan is na hem heer van Dukenburg. Hij laat het oude huis afbreken met het voornemen een nieuw te stichten, maar hiervan is niets gerealiseerd. Omstreeks het jaar 1730 is in de tuin van het slot wel een oranjerie gebouwd en wordt ook een kanaal gegraven dat als blikvanger moest gaan dienen vanuit het nog te bouwen nieuwe landhuis (“het Grand Canal”).  Adriaan is drie malen getrouwd geweest. Bij de huwelijkse voorwaarden van zijn derde huwelijk met de weduwe van Willem Arend de Quay op 15 September 1731, is bepaald, dat de twee kinderen van Adriaan uit zijn eerste huwelijk bij het sterven van hun vader ƒ 400,000 zullen erven, waaronder de Dukenburg begrepen is tot een bedrag van ƒ 50,000.

wapen Schuylenburg 2

Mr Willem van Schuijlenburg,
heer van Duckenburg (1688) en Calslagen (1699), geboren in ‘s-Gravenhage op 9 april, en gedoopt aldaar (Gr.k.) op 10 april 1646, advocaat voor de Hoge raad en het Hof van Holland en de Raad van Brabant in 1666, schepen 1678-1680, 1683, 1684 en burgemeester 1681, secretaris-griffier 1685, raad en rekenmeester 1688 van de prins van Oranje, hoogheemraad van Delfland, † Loosduinen, huis Westcamp  op 1 september en begraven in ‘s-Gravenhage (Gr.k.) op 7 sept. 1707. Hij is getrouwd op 22 augustus 1673 met Anthonetta van der Wielen, geboren in Hamburg op 30 april 1653, † ‘s-Gravenhage 2 april, en in ’s Gravenhage begraven (Gr.k.) op 8 april 1710. Dochter van Johan van der Wielen en Margaretha van der Camer.

Toch verkoopt Adriaan van Schuylenburg, die geheel onder de macht van de familie de Quay was gekomen, ‘de Duyckenborgh, met huys, hoff nieuwe timmeragie genaemt de Orangerie, stallingen en 5 of 6 bouwhoven’, aan de echtelieden Willem Arend de Quay, domheer des capittels ten Dom tot Utrecht, en vrouwe Maria Ingenoel voor ƒ 50,000 op 18 Juli 1736 (transportboek van Nijmegen 1736). Het echtpaar laat de oranjerie verbouwen tot een woning. De kosten van deze verbouwing zijn wellicht mede oorzaak geweest van hun grote financiële problemen. Als gevolg hiervan zijn zij genoodzaakt de Dukenburg te verkopen. Op 24 Oktober 1767 wordt de Dukenburg voor ƒ 104,800 gulden aan het echtpaar Willem Carel, Baron Snouckaert, kolonel van een regiment infanterie en Wilhelmina Jeanne, Baronesse van Randwijk verkocht. Zij kopen in 1783 ook de leenplicht aan het Huis Batenburg af.

Bataafse en Franse tijd (1794-1814)

Op 26 Mei 1768 en 26 augustus 1798 wordt op de Dukenburg een hypotheek belegd van f 40.000 respectievelijk ƒ 3600  ten behoeve van het Oud Burgergasthuis te Nijmegen. Op 26 Augustus 1798 wordt door de weduwe van wijlen W. C. Baron Snouckaert van Schauburg het landgoed voor ƒ130,000 gulden verkocht aan de echtelieden, Leonard Rutgers van Rosenburg en Jacoba Suzanna van Heemskerk. Zij verkopen op 30 oktober 1817 het landgoed aan Hendrik Reinier Coole.

Negentiende eeuw (1814 – 1914)

Onder Hendrik Reinier Coole ondergaat het landgoed een aanzienlijke waardevermindering. In de Nijmeegsche Courant van 5 en 11 oktober 1819 wordt het huis op afbraak te koop aangeboden, worden in 1819 en 1820 vijf boerderijen die van oudsher tot de Dukenburg behoren, een bos en land, in het Boerenbroek gelegen, voor in totaal ƒ 23,800 aan verschillende personen verkocht, bospercelen gerooid, en in 1822 wordt de grootste vleugel van het huis na een brand afgebroken. Landgoed de Dukenburg is na deze verkoop nog ongeveer 234 bunders groot. Na het overlijden van Hendrik Coole wordt het landgoed door zijn erfgenamen op 22 Februari en 13 Maart 1824 in het openbaar verkocht aan Peter Anselmus Lodewijk Segers, rentenier, wonende te Nijmegen. Door hem wordt het huis niet bewoond, maar aan het landgoed, met name de bossen, werd door hem veel zorg besteed. De westelijke vleugel van het landhuis wordt rond 1850 aan de achterzijde uitgebreid en voorzien van een dakruiter. Bij zijn overlijden op 28 Februari 1880 verkeert het landgoed en de gebouwen in een goede staat.

Het landgoed, toen ongeveer 214 bunders groot is op 31 Oktober en 1 November 1883 door zijne enige erfgename, mejuffrouw Maria Magdalena ten Zeldam Ganswijk, in het openbaar verkocht voor  ƒ 131,500 gulden aan Mr. J. G. Kruimel te Nieuwer-Amstel. Bij akte van 29 Oktober 1886 is een gedeelte van de bosgronden, groot ca 105 bunder uit de hand verkocht aan mevrouw A. A. J. Alsche, echtgenote van A. M. van Voorthuysen te Nijmegen, en het overige gedeelte bij acte van 29 April 1890 aan J. van Roggen, wonende te Nijmegen.

Eind 19e eeuw wordt de spoorlijn Nijmegen-Tilburg aangelegd. De spoorlijn loopt langs het landgoed Duckenburg. De lijn is aangelegd en geëxploiteerd door de Nederlandsche Zuid-Ooster Spoorweg-Maatschappij (1872-1892).

Jacobus Craandijk

Beschrijving van de Duckenburg en de Hulsen anno 1882

Terwijl wij dien dijk oversteken ontrolt zich zich beneden ons een frisch en vrolijk landschap, waar het winterkoren groent langs den Graafschen weg en in de verte de bosschen van Hulsen en den Dukenburg zich uitbreiden. Zijn wij weêr afgedaald, dan vinden wij spoedig aan den straatweg een’ der ingangen van het aloude riddergoed Hulsen, een zandspoor in een laan, die ons naar een beukenbosch brengt en weldra voert naar een’ open grintweg, langs boschjes en bouwlanden. Voor ons ligt het huis in prachtig geboomte, waaronder wij reeds van verre de donkere bruine beuken tegen het rijk geschakeerde groen zien afsteken.
Aan onze regterhand laten wij het bosch van den Dukenburg, eertijds een vermaard en edel slot, waar hertog Karel Bourgondië in 1473 een’ dag vertoefde en dat in 1585 door de Spanjaarden genomen werd. ’t Schijnt toen reeds veel van zijn’ luister en sterkte verloren te hebben; althans het wordt in een handschrift uit dien tijd een ‘huijskijn’ genoemd en de verdediging werd zelfs niet beproefd. In ’t begin der vorige eeuw was het een weinig beteekenend heerenhuis, waarbij een vierkant gebouw in ruïne lag. De toenmalige eigenaar had in den bloemtuin van het goed een prachtige oranjerie gesticht, en na de slooping van het slot verrees er omstreeks 1733 een heerlijk gesticht, dat nagenoeg een eeuw lang als verreweg het schoonste uit den omtrek werd geroemd. In 1825 was ’t verdwenen, tot groot leedwezen van wie ’t gekend hadden, terwijl de zware bosschen ‘door eene alvernielende hand waren geveld en uitgeroeid.’ Thans zijn die bosschen weêr welig gegroeid en een deel der oranjerie dient tot woonhuis.

bron: Jacobus Craandijk, Wandelingen door Nederland met pen en potlood.
Deel 6. Kruseman & Tjeenk Willink, Haarlem 1882

 Eerste Wereldoorlog en Interbellum (1914-1940)

certificaatOp 29 juli 1903 wordt de maatschappij tot exploitatie van het landgoed “Duckenburg” opgericht. De exploitatie van het landgoed bestaat voor een belangrijk deel uit fruitteelt en -handel. Op het landgoed zijn vele boomgaarden aanwezig. De exploitanten zijn de gebroeders Adrianus en Roel Koedam. Janus woont in de nabijheid van de villa (Huize Duckenburg), waar nu het Steve Bikoplein ligt en Roel woont aan de oude Dukenburgseweg. Dit bedrijf wordt later overgenomen door de familie Zegers. Zij hebben het fruit- en groentenbedrijf tot 31 augustus 2002 voortgezet.

In 1920 wordt begonnen met het graven van het Maas-Waal kanaal. Op 27 oktober 1927 wordt het kanaal door Koningin Wilhelmina geopend. Landgoed Duckenburg wordt niet alleen gescheiden van landgoed de Hulsen maar ook van de rest van Nijmegen. De Graafsebrug en de Hatertse brug worden gebouwd en verbinden Duckenburg met de rest van de stad.

Dukenburg 1925

Dukenburg 1925 www.topotijdreis.nl

Tweede Wereldoorlog en Wederopbouw (1940 – 1960)

 Tweede wereldoorlog

Onderduikers in Dukenburg

Onderduikers in Dukenburg

Al voor het midden van de vorige eeuw ontstond er een grote aanplant van fruitbomen en struiken op het landgoed van de Dukenburg. Het begon een soort plantage te worden.Op 28 november 1941 worden m.i.v. 1 november 1942 de fruitboomgaarden verpacht aan R. Koedam te Kesteren en aan J. van Gelder te Leeuwen-Beneden.Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het een goede aanvulling toen er voedselschaarste ging ontstaan. Als fruitplukkers werkten er erg veel onderduikers op de Dukenburg, die met door de ondergrondse verstrekte vervalste identiteitsbewijzen geen problemen hadden om vanuit de stad Nijmegen de bruggen van het Maas-Waalkanaal te passeren: zij werkten immers voor de voedselvoorziening.De Villa zoals huize Duckenburg in die tijd wordt genoemd wordt, is in de oorlog ook bewoond door Amerikanen. . Het verhaal gaat dat er ook nog een graf van een Amerikaanse soldaat in de tuin van de villa (tussen de Huize Duckenburg en de portierswoning) aanwezig is.

Dukenburg is een deel van de stad Nijmegen die aan de andere kant van het Maaswaal kanaal ligt. Het is een agrarische gemeenschap met sterke onderlinge sociale contacten. De mensen komen geregeld bij elkaar over de vloer en iedereen helpt elkaar waar dit nodig is. De bronnen van inkomst zijn landbouw (veeteelt en akkerbouw) en fruit. Het zijn kleinschalige boerenbedrijven.

De inwoners noemen Huize Duckenburg de Villa en het Grand Canal wordt het Dukenburgs Kanaal genoemd, In de strenge winters wordt hier niet alleen door de inwoners van Duckenburg op geschaatst maar ook door de welgestelden uit Nijmegen en omgeving,

In 1930 wordt het landgoed De Duckenburg door de gemeente gekocht. De gronden zijn weer verkocht bij de ontwikkeling en realisatie van het Stadsdeel Dukenburg.

Dukenburg 1940

Dukenburg 1940 www.topotijdreis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bronnen

Het leengoed de Dukenburg in het schependom van Nijmegen  Mr. W. van de Poll
Uit; Gelre, Vereeniging tot Beoefening van Geldersche Geschiedenis, Oudheidkunde, en Recht
Bijlage deel 1 Bijdragen en Meededelingen deel 1
Jaar; 1898

Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Noviomagus – Huize Duckenburg

Gemeente Nijmegen

 

 

Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies' om u de beste surfervaring te geven. Als u doorgaat met uw bezoek op deze website zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen. Wij gebruiken cookies voor het kunnen tonen van sommige content en om de bezoekersstatistieken bij te houden.

Sluiten